Categoriearchief: taal

Wordentekort

‘Alle handel moet verboden.’ Met een punt erachter. Waar vroeger de zin pas compleet was als-ie eindigde in moet verboden worden, is deze geknotte variant nu zeer algemeen geworden. Dit is een willekeurig voorbeeld (NRC van ma. 26-09-2016), maar worden-loze zinnen kom je overal tegen. Ik herinner me dat ik het voor het eerst zag in stukjes van Hugo Brandt Corstius (of Piet Grijs of Battus), waarschijnlijk al dertig jaar geleden. Krachtig taalgebruik, het duidt op daadkracht.

[Redactionele noot]

En toch mis ik het, dat worden. Wat niet zo gek is, want worden is hier het hoofdwerkwoord en moeten een hulpwerkwoord (dit moest ik opzoeken, want redekundig ontleden is niet mijn sterkste kant, en – nu voor het eerst in mijn leven – komt het van pas).

Onderbroekenles

‘Tientallen studenten, voornamelijk twintigers en dertigers (veel mannen), zitten aan hun beeldschermen gekluisterd.’ (Eva Schram, NRC Handelsblad, wo. 28-08-2016, p5 Economie-katern.)

Hier struikelde ik toch, en niet over die studenten. Ik geloof graag dat ze zitten, maar je bent gekluisterd aan iets, of je dat nou zittend, liggend of staand doet. Maar vooruit, het kan, zeker als je een pauze inlast tussen zitten en aan. Belangrijker (en lastiger): hun beeldschermen of hun beeldscherm. Iedere student heeft, laten we daarvan uitgaan, precies een beeldscherm. Ook al is het een lokaal vol studenten, en is het lokaal dus vol beeldschermen: iedere student is aan zijn of haar beeldscherm gekluisterd.

Ik begon met afpellen: de zin reduceren tot de kern, omdat het dan veel eenvoudiger is redactionele beslissingen te nemen. Dus dat het tientallen studenten zijn is voor de taalkwestie niet van belang en ook niet hoe oud die studenten zijn en van welk geslacht. Dan houdt je over: studenten zijn aan hun beeldscherm(en) gekluisterd. Enkelvoud of meervoud? Ik bedenk een vergelijkbare zin, waarin de groepsleden noodzakelijkerwijs ieder iets eigens hebben: Jan en Piet trekken hun onderbroek aan. Als Jan heel preuts is of aan diarree lijdt, misschien dat hij dan wel drie onderbroeken over elkaar aantrekt. En Piet volgt Jan in zijn doen en laten, dus die doet dat ook. Ja, dan geldt: Jan en Piet trekken hun onderbroeken aan. Conclusie: enkelvoud, studenten zijn aan hun beeldscherm gekluisterd.

Wroeten

Op school leerde ik Engels-Engels, Brits-Engels, maar hoe jonger de Nederlander die Engels spreekt, hoe Amerikaanser de uitspraak. Is Brits-Engels beter? Amerikanen zijn dol op Britten die zo mooi Engels spreken, en Britten vinden dat Amerikanen hun taal hebben verkracht. Apple mag graag hun ontwerper Jony Ive in reclamespotjes laten vertellen dat ze aluminium (‘ae-loe-MIH-nie-jum’) gebruiken, maar op hun Amerikaanse website hebben ze het over aluminum (‘uh-LOE-mih-num’).

Gaandeweg ben ik twee keer Engels gaan leren, of eigenlijk twee keer twee keer, want niet alleen hoe je het uitspreekt, maar ook hoe je het schrijft. Dus dat kastje dat het internet binnenshuis verspreidt, een router, is voor mij een ‘roeter’, want het routeert netwerkverkeer, en niet een ‘rauter’, want dat is een freesmachine. En als de verbinding draadloos is, dan via ‘waaifaai’, want je hebt het toch ook over een ‘haaifaai’-installatie. Tenzij je natuurlijk een stereo-installatie hebt, dan mag je ook ‘wifi’ zeggen. Maar als ik tv kijk en van kanaal wissel, dan ‘zap’ ik, bijvoorbeeld naar Zappelin, en dat spreek ook ik uit als ‘zeppelin’.

Wat? Spreken ze in Zuid-Afrika ook Engels? En in Canada? In Australië? Uh …