Superdagpauwoog

Een bijzondere bonus tijdens het boodschappen doen: een rondfladderende dagpauwoog in de supermarkt. Van lichtbak naar lichtbak vloog het arme diertje. Geen bloem te zien, en de uitgang is ver weg. Bovendien staat deze supermarkt in een overdekt winkelcentrum. Deze vlinder overwintert dus niet.

Maar voor het overige een goed jaar voor de dagpauwoog, met een tweede piek in september – na die eerste in augustus. En dat vanwege het warme weer. De paddenstoelen hebben het nakijken, vooralsnog.

Groente koken in de magnetron

Levenslessen duren het langst. Eer je weet wat de beste kooktechnieken zijn, ben je een half leven verder. Dat kan makkelijker. Les 1.

De magnetron, die is er niet alleen voor de kant-en-klaarmaaltijden. Het is een geweldig substituut voor stomen. En stukken sneller. Neem een struik broccoli, van pak ’m beet 400 g, spoel ’m goed schoon onder de kraan en snijdt aan de bovenkant de roosjes los in hapklare porties. Snijdt de onderkant van de stam eraf en trek het ‘vel’ eraf. Vaak is dit makkelijker als je de stam gekwarteerd hebt: in de lengte doorsnijden (halveren) en beide helften opnieuw in de lengte doorsnijden (dus opnieuw halveren). Eenmaal ontvelt de stamkwartieren in stukken snijden.

Doe de broccoli in een keramische pan met deksel erop en schuif die pan in de magnetron. Deur dicht en in  viereneenhalf à vijf minuten zonder extra water op hoog vermogen koken. Klaar!

De enige keramische pan die ik ken heet in Nederland nu Pyrex Pyroflam. In het verleden was dat gewoon Pyroflam en in Amerika kennen ze het als Corningware. Komt op hetzelfde neer: pannen gemaakt van borosilicaat.

Rode bieten lenen zich ook uitstekend voor koken in de magnetron. Zomerbietjes, een stuk of vier à vijf is genoeg voor twee personen, kook je in misschien zeven minuten gaar. Zou je daar een pan met water voor gebruiken, dan moet je die plens water eerst aan de kook brengen en vervolgens een half uur tot drie kwartier koken. Winterbieten duren  langer, maar dat heb ik zelf nog niet uitgeprobeerd.

Ik breek een lans voor een breekbare pan

Al jaren kook ik in keramische pannen. Het zijn niet dezelfde pannen als waar ik mee begon, want die zijn kapotgevallen. En dat is dan meteen het nadeel van deze fantastische pannen: hun breekbaarheid. Ze kunnen fenomenaal goed thermische schokken weerstaan, maar geen fysieke. Die thermische schok krijgt zo’n pan als je ’m vanuit de koelkast direct in de oven schuift: daar kunnen deze pannen  tegen, al kan het akelig kraken. Maar stoot niet je pannetje uit je keukenkast, want de val van twintig centimeter op een betonnen vloer overleeft dat pannetje niet. Ja, het deksel wel, want de pan eronder werkt als schokbreker. Dus nu heb ik twee deksels over, een daarvan past op een andere pan (van staal) waar ik nooit een deksel bij had en dat andere deksel gebruik ik als ik een kliekje opwarm in de magnetron: het eten gaat op een bord, het deksel voorkomt dat er teveel vocht verdampt en vet in de rondte spat.

Trouwens, ook van de deksels kunnen stukjes afbreken. Ik dacht dat er wat zand achtergebleven was op de andijvie, maar het was toch glas waar ik op zat te kauwen, die ene keer toen ik het deksel tegen de rand van de pan had gestoten. Knapperige stampot!

En toch kopen. Ik heb het over pannen van het merk Pyrex. [Wordt vervolgd.]

Niet schillen, maar boenen

Leuk karweitje, aardappels schillen? Dat dacht ik, toen ik het voor het eerst mocht doen. Ik kon m’n lol niet op … gedurende een week. Daarna moest ik toch blijven schillen. Tot mijn drie jongere zussen oud genoeg waren om ook te mogen schillen.

Nu gebruik ik een groenteborstel, de dunschiller blijft in de keukenla. Ik ben sneller klaar en het smaakt een stuk beter. Vandaag nieuwe aardappels gegeten, uit de moestuin van M. Eerst boenen, dan met een vork ‘ventieltjes’ in de schil prikken, vervolgens op een bord met een glazen deksel en zes minuten in de magnetron op vol vermogen. Even laten nagaren, klontje boter en gehakte peterselie eroverheen en wat zout.

Niet alleen aardappels boen ik, ook wortels en pastinaak. Misschien is daar de tijdwinst wat minder, maar een geboende wortel ziet er mooier uit dan z’n gevilde broertje.